Selecteer een pagina

Grijs en grauw..

In ons koude kikkerlandje zijn de wintermaanden meestal niet ruim voorzien van zonnige dagen. Grijs en grauw overheerst. Hoe fijn is het dan om in huis een gezellige maar ook praktische verlichting te hebben.

De hoeveelheid licht die we nodig hebben om bijvoorbeeld goed te kunnen lezen verschilt natuurlijk van mens tot mens maar zeker ook van huis tot huis. Huizen waarin veel gebruik is gemaakt van lichte kleuren (wanden, plafond, kozijnen) reflecteren meer dag-en kunstlicht dan bij de toepassing van donkere vlakken en ruwe materialen. Deze absorberen als het ware het licht.

Oost, west…

Ligt de woonkamer van jouw huis op het noorden of oosten dan is het natuurlijke licht wat hierin valt vaak kouder van kleur. Dat ontstaat doordat het veel blauwachtige tinten bevat. De natuurlijke kleurweergave van bijvoorbeeld schilderijen of andere objecten is hierdoor wel het meest optimaal. Een woonruimte aan de zuid of west kant oogt van zichzelf al warmer van sfeer omdat het natuurlijke licht hier meer oranje achtige tinten heeft.

(Licht)plan van aanpak..

Maak voordat je de (kunst) verlichting gaat aanpassen eerst een soort Plan van Eisen: wat gebeurt waar, hoe regelmatig en door wie?
Alleen zo kun je gericht de knelpunten aanpakken en heb je een goede leidraad om de verlichting te verbeteren.

Lekker bezig

Lezen, muziek maken, of koken vragen een meer specifiek gericht licht. Maar soms hangt of staat er ergens in de ruimte iets waar je ook graag de aandacht op wil vestigen door dit uit te lichten. In al deze voorbeelden is direct of functioneel licht de beste keuze. Armaturen die je hiervoor kunt gebruiken zijn bureaulampen, wandlampen die je kunt richten, verstelbare spots of bijvoorbeeld led strips onder keukenkastjes.

Sfeertje..

Sfeerverlichting (armaturen op tafeltjes, kastjes of op de vloer) is natuurlijk onmisbaar in een woonruimte. Pas alleen op dat er niet teveel specifiek verlichte en dus afgebakende eilandjes in de ruimte ontstaan. De rest van de ruimte wordt hiermee bijna onzichtbaar en oogt kleiner. Soms een bewuste keuze (en erg gezellig) bij grote ruimtes maar vaak niet praktisch in kleinere kamers.

Om dit op te lossen kun je indirect licht toepassen, bijvoorbeeld weerkaatst via plafond of wand. Armaturen hiervoor zijn vloer- wand of plafondlampen waarbij de lichtbron zijn licht verspreid via weerkaatsing. Je boekt hiermee winst op 2 vlakken: de ruimte lijkt groter en je kijkt zelf niet direct in de lichtbron.

Een goede zet bij de wens voor meer algemene, totale basis verlichting zijn spots in (of op) het plafond. Als je zorgt dat deze met symmetrie in de ruimte worden toegepast oogt het totale plaatje rustig en gelijkmatig. Helemaal mooi wordt het als deze basisverlichting dimbaar is zodat je alle sferen zelf kunt creëren.

Kelvin

Nu nog even wat technische (valt wel mee hoor..) informatie: Wil je de ruimte een warmere sfeer geven let dan bij de aanschaf van lampen ook op de Kelvin waarde. Deze staat vaak (na even zoeken) aangegeven op de verpakking. Een waarde van 1200 Kelvin benadert kaarslicht, een waarde van 2800 Kelvin is vergelijkbaar (qua warmte) met een gloeilamp en 4000 Kelvin lijkt op de vroeger veel toegepaste tl-lamp.

Lumen

Als je echter zoekt naar een goede lichtopbrengst dan is de Lumen waarde van belang. Het gloeilampje van 15 watt van vroeger geeft ongeveer 90 Lumen. In Led verlichting is dit vergelijkbaar met 136 Lumen.

Een 60 watt gloeilamp geeft 710 Lumen, en in Led is dit 806 Lumen.

Waar ik het in dit stukje nog helemaal niet over heb gehad zijn natuurlijk de stijlen van de armaturen (design, landelijk, industrieel..). Best belangrijk (en leuk om je in te verdiepen) als je wilt dat je interieur een geheel vormt. Maar daarover een andere keer meer!

de afbeeldingen in dit bericht zijn via Straluma.